Parodie op de Nederlandse taal


Tijden het opruimen van mijn zolder kwam ik het weer tegen. Het is al een oud stuk, helaas weet ik niet wanneer het precies geschreven is, maar aan de spelling te zien lijkt het me van voor de Tweede Wereldoorlog.

Maar zelf vind ik het zo grappig dat ik hoop dat het voor het nageslacht bewaard blijft.

Het is geschreven in het blad "Willemsplein" door een aantal H.B.S.-ers van de H.B.S. A op het Willemsplein te Arnhem.



Het gebouw is inmiddels gesloopt en er is een vijver (met fontein) voor in de plaats gekomen.

Een rasecht bewoner van Nederland
Geeft altijd de voorkeur aan 't buitenland;
Verwaarloost het Nederlandsch fabrikaat,
Omdat "Made in England" veel beter staat!

Zoo deed onlangs de "N.R.C.",
Er onze taal groot onrecht mee,
Toen zij voor den dag kwam met een spottend lied.
Maar Heeren! Kent gij uw moedertaal niet?
Heusch! Al is ook de taal van John Bull nóg zoo'n rare,
Wij winnen het toch van de Plumpuddenaren!
Ik wil probeeren, U dit te bewijzen,
En vang daartoe aan op de volgende wijze;

Ten eerste: het meervoud van slot dat is sloten,
Maar toch is het meervoud van pot geenszins poten.
Evenzoo zegt men, één vat en twee vaten, .
Maar nooit zal men zeggen: één kat en twee katen.
Wie gist'ren ging vliegen, zegt heden: ik vloog.
Dus zegt U misschien ook van wiegen: ik woog?
Nee, pardon. Want ik woog is afkomstig van wegen,
Maar ... is nu ik voog een vervoeging van vegen?
En dan het woord zoeken vervoegt men ik zocht.
En dus hoort bij vloeken misschien ook ? ik vlocht:
Alweer mis, want dat is afkomstig van vlechten,
Maar ik hocht is geen vervoeging van hechten.
Bij roepen hoort: riep; maar bij snoepen geen sniep,
Bij loopen hoort: liep; maar bij koopen geen kiep.
En evenmin hoort er bij sloopen: ik sliep,
Want dat is afkomstig van 't schoone woord slapen.
Maar zet nu weer niet: ik riep bij 't woord rapen,
Want dat komt van roepen, en U ziet terstond:
Zoo draaien we vroolijk in 'n cirkeltje rond.
Van raden komt ried, maar van baden geen bied,
Dit komt van Bieden (ik hoop dat U 't ziet!)
Ook komt hiervan: bood: maar van wieden géén wood.
U ziet: de verwarring is akelig groot
Nog talloos veel voorbeelden kan ik U geven,
Want gaf hoort bij geven, maar laf niet bij leven!
Men spreekt van: wij drinken, wij hebben gedronken.
Maar niet van: wij hinken en hebben gehonken!
't Is ik eet en ik at: niet: ik weet en ik wat,
Maar ik weet en ik wist, zóó vervoegt men dat.
Maar schrijft U nu niet bij vergeten: vergist!
Dát is een vergissing! Ja, moeilijk is 't!
Het volgende geval dat is bijna te bont!
Bij slaan hoort: ik sloeg: niet ik sling of ik slond.
Bij gaan hoort: ik ging, niet: ik gong, of: ik gond,
Bij staan niet: ik stoeg, of: ik sting, maar ik stond!
Zoo kan ik wel doorgaan tot volgende week,
Maar dierbare lezer, ik maak U van streek
Met al dezen onzin, die toch gewis
Van onvervalscht Hollandschen oorsprong is.
Dus stop ik. Nee, ho! Daar vergeet ik warempel
Een zéér instructief zoölogisch exempel!
Een mannetjes-kat noemt men doorgaans een kater,
Hoe noemt U een mannetjes-rat? Soms een rater?
Het jong van een koe wordt betiteld met kalf,
Maar dat van een gnoe spreekt men nooit aan met gnalf.
Evenmin heet een kangeroe-kind kangroealf.
Hiernee heb ik geloof ik, mijn plicht gedaan.
En ik meen, dat 't gelukt is John Bull nog te slaan,
We hebben gestreden met open vizier,
En het eindresultaat doet ons allen pleizier
Geachte redactie der N.R.C.:
Groot Brittanje verliest het van ons,q.e.d,
En gij, trouwe lezer van "Willemsplein",
Zult nu wel overtogen zijn
Van onze superioriteit,
Ook op 't gebied van malligheid.
Zoo niet, dan zucht ik "Nou ja, enfin, soit....
Inmiddels, met groeten, als steeds, tout à toi."