In onderstaande tabel vindt je de toegelaten
stroom door een kabel afhankelijk van de kerndoorsnede.
Deze tabel vereist wel enige toelichting.
Wat opvalt is dat met toenemende doorsnede de stroomdichtheid
afneemt.
Wanneer je een twee maal zo grote kerndoorsnede hebt zou je verwachten
dat je dan ook een twee maal zo grote stroom zou mogen toepassen.
Dat kan niet om de volgende reden. De weerstand wordt de helft.
Het vermogen dat in warmte omgezet wordt is I2xR en wordt dan twee
keer zo groot. Nu is een kabel waarvan de doorsnede twee keer
zo groot is niet twee keer zo dik , dwz. het koeloppervlak is
niet twee keer zo groot en zodoende zou de kabel dan warmer worden.
Vandaar dat men bij toenemende draaddoorsnede een kleinere stroomdichtheid
moet kiezen om te voorkomen dat de kabel te heet wordt.
|
(mm2) |
stroom (ampère) |
(ampère/mm2) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|

Let wel, deze waarden gelden voor een vrij liggende kabel. Wanneer men een kabelhaspel gebruikt en deze niet geheel uitrolt gelden deze waarden niet omdat de draden stijf tegen elkaar liggen en zodoende het koelend oppervlak dan veel kleiner is. Zo kun je dan ook op een kabelhaspel b.v. zien staan: opgerold 1500 Watt, afgerold 3500 Watt. Maar je kunt beter het zekere voor het onzekere nemen en de kabel geheel afrollen. Zodra een kabel vastgebakken is kun je hem niet meer gebruiken.