
Wie was Umberto Nobile? Hij is in 1885 in de Italiaanse plaats
Lauro geboren en was afgestudeerd in de luchtvaarttechniek. Ook
werd hij benoemd tot hoogleraar in dit vak. Zijn grote passie
waren luchtschepen , hij was de ontwerper van de Norge en de Italia.
Na zijn Noordpoolvlucht met de Norge werd hij bevorderd van kolonel
tot generaal, om vervolgens tot ontslag gedwongen te worden na
zijn rampzalige poolvlucht met de Italia.
Heeft daarna 5 jaar in de dertiger jaren in de Sovjet-Unie gewerkt
aan de ontwikkeling van verschillende halfstijve luchtschepen.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog verbleef hij in Amerika en keerde
in 1944 weer terug in Italië waar hij professor aan de universiteit
van Napels werd. Hij wist zich van alle blaam te zuiveren en kreeg
zelfs een compliment van de Amerikanen omdat hij aangetoond zou
hebben met zijn vlucht dat er geen land was tussen Alaska en Spitsbergen.
Met die wetenschap waren zij er namelijk in geslaagd een tocht
met een atoomonderzeeër onder het ijs te maken. Umberto Nobile
overleed te Rome in 1978 op 92 jarige leeftijd.
Umberto Nobile ondernam twee tochten met een luchtschip naar
de Noordpool, een in 1926 met het luchtschip 'Norge' (Noorwegen)
en een in 1928 welke rampzalig eindigde. De tocht met de 'Norge'
vond plaats van 11 tot 14 Mei 1926 en was een gezamenlijk Noors-Amerikaans-Italiaanse
onderneming. Naast Nobile bevonden zich aan boord de Noorse ontdekkingsreiziger
Roald Amundsen en de Amerikaanse avonturier Lincoln
Ellsworth.
De reis was begonnen in Rome en zou als bestemming Nome hebben,
was als zodanig dan ook genoemd van Rome tot Nome (Alaska). De
tocht zou over de Noordpool plaatsvinden. De 'Norge' was dan ook
het eerste luchtschip dat over de Noordpool en de Poolzee vloog.
Alleen noodzaakte het slechte weer het te landen in Teller, een
plaats dicht bij het geplande einddoel Nome. Deze landing geschiedde
zonder enige schade en het gas werd uit het luchtschip gehaald
waarna het uit elkaar genomen werd. De bedoeling was dat het weer
verkocht zou worden aan het Italiaanse Gouvernement, maar het
viel ten prooi aan souvenirjagers en werd vrijwel geheel vernietigd.
Na deze vlucht brak er een strijd los tussen Nobile en Amundsen
over wie de eer toekwam de vlucht geleid te hebben. Dit leidde
er toe dat Nobile een nieuwe expeditie op poten zette waarin alleen
hij de leiding had, ook al omdat hij vond dat de vlucht niet de
resultaten had opgeleverd waarop hij hoopte. Zijn doel was o.a.
grote delen van het toen nog onbekende gebied in kaart te brengen.
Vreemd genoeg kreeg hij het niet voor elkaar meteen aan de bouw
van een nieuw luchtschip te beginnen. Ondanks het succes met de
vlucht van de Norge had hij in eigen land vijanden gekregen die
hem op allerlei mogelijke manieren de voet dwars probeerden te
zetten. Ook hier bleek dat afgunst daarvoor de reden was. Zijn
voornaamste tegenstander was de invloedrijke ondersecretaris voor
Luchtvaartzaken, ene Italo Balbo. Zodoende werd er wel
naar Nobile geluisterd, maar hij kreeg geen enkele steun bij zijn
plannen een nieuw luchtschip te bouwen.
Ook de minister-president Benito Mussolini was niet bijster
enthousiast over zijn plannen gezien zijn uitspraak dat Nobile
er beter aan deed niet nogmaals het noodlot te tarten.
Het gemeentebestuur van Milaan echter had wel vertrouwen in hem
en zorgde ervoor dat er voldoende geld op tafel kwam zodat hij
een nieuw luchtschip kon bouwen.
Het luchtschip was qua afmetingen gelijk aan de 'Norge', alleen
omdat inmiddels lichtere materialen bestonden en ook gebruikt
werden kon de nuttige lading aanzienlijk verhoogd worden, van
8260 kg naar 9488 kg. In het voorjaar van 1928 kwam het luchtschip
klaar en werd het uitgerust voor een nieuwe expeditie om wetenschappelijke
waarnemingen te doen.
Nobile was de goedgeefsheid van het gemeentebestuur van Milaan
niet vergeten en hij ging met zijn luchtschip naar die stad waar
hij de bouwnaam N-2 omdoopte in 'Italia'.
De lezer zal zich waarschijnlijk afvragen waarom dit verhaal
de titel draagt, Held of antiheld?
Deze conclusie mag de lezer zelf trekken na het lezen van het
onderstaande verhaal waarin in het kort het verloop van deze rampzalige
vlucht beschreven wordt.

Op 15 april 1928 verliet het luchtschip de luchthaven van Milaan.
Onderweg werden nog wat reparaties en inspecties uitgevoerd zodat
men eindelijk op 6 mei in Koningsbaai op Spitsbergen arriveerde.
Daar lag het begeleidingsschip, de 'Città di Milano'
al te wachten.

Na enkele verkenningsvluchten zette men eindelijk onder gunstige
weersomstandigheden koers naar de Noorpool, via Groenland, zie
kaartje.
De Noordpool werd op 24 mei circa 00:30 bereikt. Vanwege de harde
wind en slecht zicht werd er niet geland. Men volstond met het
uitwerpen van de Italiaanse vlag, het wapen van de stad Milaan
en een door de toenmalige Paus Pius XI meegegeven religieus medaillon
en een fors eiken kruis, onder de tonen van 'Giovinezza', een
fascistisch lied dat door een grammofoon weergegeven werd. Vervolgens
maakten men nog enige rondjes
De bedoeling was daarna door te vliegen maar de weersomstandigheden
zagen er niet gunstig uit zodat Nobile op advies van zijn Zweedse
meteoroloog besloot naar Koningsbaai terug te keren. Helaas waren
de voorspellingen van de meteoroloog niet erg juist en in korte
tijd worstelde de 'Italia' zich door de sneeuwstormen. Ook trad
enorme ijsafzetting op waardoor door de propellers stukken ijs
door de romp geslagen werden. De volgende tegenslag was dat het
hoogteroer vast kwam te zitten en begon het luchtschip gevaarlijk
te dalen. Nadat Nobile orders had gegeven de motoren te stoppen
steeg het weer tot ca. 800 meter omhoog. Maar men bleef met problemen
kampen en plotseling helde het luchtschip achterover en begon
snel naar beneden te vallen. Zodra de 'Italia' het ijs raakte
werden de besturingsgondel en een motorgondel van de romp gescheurd
waardoor tien bemanningsleden op het ijs gesmeten werden. De overige
zes bemanningsleden ( de totale bemanning bestond uit 16 personen)
bevonden zich nog aan boord en door het gewichtsverlies dreef
het luchtschip snel weg.
Van hen heeft men nooit meer iets vernomen. Tijdens de crash,
die volgens mij niet zoals ik in een verhaal vond op 23 mei plaatsvond
en ook niet zoals vermeldt op 81° 14'N en 26°25'W maar
op 25 mei en op 81° 14'N en 26°25'O werden behalve de
tien genoemde mannen ook wat overlevingspakketten en de noodradio
naar buiten geslingerd.
Nobile was er het ergst aan toe, tijdens de val had hij zijn rechterarm
en rechterbeen gebroken en ook was een van de mannen tijdens de
val omgekomen. Vier anderen waren gewond.
Nog voor men een tent op had kunnen zetten was de marconist al
een noodsignaal aan het uitzenden. Ondanks zij wel berichten konden
ontvangen werd hun signaal duidelijk niet opgemerkt. Dat gebeurde
pas op 6 juni door een jonge Russische zendamateur uit Archangelsk
in Rusland. Daarna kwam een uitgebreide hulpverlening op gang,
schepen en vliegtuigen werden ingezet. Een drietal bemanningsleden
waren te voet over het ijs richting Koningsbaai vertrokken. Op
23 juni slaagde een Zweedse piloot, Einar Lundborg, er
in om zijn vliegtuig op het ijs te laten landen. Van wat daarna
gebeurde is geen duidelijkheid, in sommige verhalen wordt beweerd
dat de piloot opdracht had Nobile als eerste te redden en dat
Nobile geëist zou hebben als laatste meegenomen te worden
terwijl ook verhalen de ronde doen waarin Nobile zelf eiste als
eerste meegenomen te worden. Uit deze onduidelijkheid is de titel
van dit verhaal voortgekomen. Want wanneer het laatste juist zou
zijn dan zou dit getuigen van een grote lafheid. Maar de ware
toedracht zal wel niet meer boven tafel komen.
Ook was er nog een Russische ijsbreker, de 'Krassin' onderweg.
Erg snel ging het niet, de bijna 2 meter dikke ijslaag maakte
dat de 'Krassin' niet harder kon varen dan 1.35 zeemijlen
per uur zodat ze eerst op 12 juli een van de drie op pad gegane
mannen zagen. Een van hen was onderweg gestorven en de beide overlevenden
werden aan boord van de 'Krassin' gebracht.

Nobile was inmiddels door de Zweden overgebracht op het begeleidingsschip de 'Città di Milano', waar hij meende de reddingsoperatie te kunnen leiden. Maar in werkelijkheid werd hij als het ware gevangen gehouden in zijn hut. Maar het ergste zou nog voor hem komen. Zijn regering beschuldigde hem van lafheid omdat hij de bemanning in de steek gelaten had en het luchtschip de 'Italia' verspeeld. Eenzelfde reactie vertoonden de Noren toen hij later met de geredde bemanning met de 'Città di Milano' in Narvik arriveerde. Weer thuisgekomen in Rome werd hij weliswaar bejubeld door een enorme menigte maar de fascistische pers deed er alles aan hem een slechte naam te bezorgen en wilde dat hij door een krijgsraad berecht zou moeten worden. Zeven maanden na zijn terugkeer werd hij formeel verantwoordelijk gesteld voor de voltrokken ramp.