INLEIDING
In zijn uitmuntende boek 'De natuurkunde van 't vrije veld' beschrijft
de auteur, Prof. Dr. M. Minnaert hoe hij de rijweerstand van zijn
fiets gemeten heeft. Het leek mij leuk dit experiment op mijn
eigen fiets te herhalen volgens de door hem gehanteerde methode.
Aangezien ik op mijn fiets een snelheidsmeter heb zitten behoefde
ik gelukkig niet mijn snelheid te bepalen door het aantal omwentelingen
dat het voorwiel per seconde draaide te tellen, in zoverre wijkt
mijn meting van die van de auteur af. Ik heb het wel geprobeerd,
maar om dat nauwkeurig te kunnen bepalen moet je daarin wel geoefend
zijn, ik ging steeds de mist in.
Een lange vlakke weg was snel gevonden en ik heb een hele morgen
bijna doorgebracht met het verrichten van metingen. Om invloed
van wind uit te sluiten, er was vrijwel geen wind, af en toe een
zuchtje, heb ik de metingen in tegenovergestelde richtingen uitgevoerd.
De metingen bestonden uit de snelheid op 30 km per uur te brengen,
de trappers stil te houden en gelijktijdig een stopwatch in te
drukken. Daarna werden achtereenvolgens de tijd gemeten tot het
moment dat de snelheid tot 25 km per uur was teruggelopen. De
fiets werd vervolgens weer op de snelheid van 30 km per uur gebracht
en werd de meting uitgevoerd totdat de snelheid tot 20 km per
uur was teruggelopen. Dit werd herhaald voor resp. eindsnelheden
van 15, 10 en 5 km per uur. Zoals gezegd kostte dat vrij veel
tijd, vooral omdat de waarden bij herhaling nogal uiteenliepen
en het me zinvol leek een flink aantal metingen te doen.
Thuis gekomen ben ik alles netjes gaan uitwerken, ik nam de gemiddelde
van de waarden, maar toen bleek dat sommige waarden fors afweken
van het gemiddelde. Die metingen met voor mij onacceptabele waarden
heb ik geschrapt, ik had er gelukkig nog voldoende over en heb
daar een nieuw gemiddelde van bepaald. De afwijkingen t.o. hiervan
waren niet al te groot.
De meetresultaten.
De snelheden zijn van km per uur geconverteerd naar meters per
seconde.
Ik kreeg daarbij de volgende tabel:
| snelheid (m/sec) | verstreken tijd (s) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|

Met opzet heb ik de figuren flink groot in dit verhaal opgenomen, bij afdrukken lijkt het dan tenminste nog ergens op. De auteur van het boek heeft uit de grafiek die hij getekend had door middel van raaklijnen aan de kromme in de meetpunten de vertraging bepaald uit de helling van deze raaklijnen, ik heb mijn toevlucht genomen tot interpolatie, daarvoor heb ik vroeger al eens een programma geschreven waarmee je tussen een aantal punten een groot aantal punten kunt interpoleren en m.b.v. deze punten de vertraging in elk meetpunt bepaald. Dit leverde onderstaande tabel op:
| snelheid (m/sec) | vertraging (m/sec²) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|

Bij snelheid nul vinden we uit de grafiek de waarde 0.0353
(door extrapolatie). Blijkbaar is dit de vertraging t.g.v. de
bandenwrijving. Omdat ik hiermee het door mij geleverde vermogen
bij bepaalde snelheden wilde berekenen moest ik het gewicht van
mij inclusief fiets weten.
De fiets woog 18 kg (de kale fiets is wat lichter, maar ik heb
er het een en ander aan bevestigd) en zelf woog ik 95 kg, dus
totaal 113 kg. De totale weerstandskracht is het product van totale
massa en vertraging, vermenigvuldigen we deze uitkomst dan nog
met de snelheid dan verkrijgen we het te leveren vermogen bij
die snelheid. Dit leidde tot de volgende tabel:
| snelheid (m/sec) | vermogen (Watt) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|

Hieruit is duidelijk te zien dat het vermogen vrijwel kwadratisch met de snelheid toeneemt. In hoeverre deze metingen juist zijn weet ik niet, per slot van rekening heb ik geen aanvullende metingen uitgevoerd op een ander type wegdek, wellicht is de bandenspanning behoorlijk van invloed (mijn banden waren redelijk hard opgepompt) en de toestand van de fiets zal ook van invloed op het te leveren vermogen zijn (slingerende wielen, verroeste ketting en zwaarlopende lagers). Ook de houding waarin men op de fiets zit zal zeker van invloed zijn, ik heb gewoon gereden alsof ik een toerist was, gewoon rechtop. Ik houd me aanbevolen voor evt. metingen van anderen ter vergelijking. Fietsen met vrijwel dezelfde eigenschappen zullen naar ik aanneem waarden geven die niet veel van de door mij gevonden zullen verschillen.
Het is natuurlijk ook mogelijk langs theoretische weg een schatting te maken van het te ontwikkelen vermogen om een bepaalde snelheid te kunnen handhaven. Klik hier